Duel in de Donkerstraat

Een stukje over die ijverige agent, die eigenhandig vijf wietplanten van iemands balkon verwijderd had? Nee dat leek me niks. Op Facebook hadden daar al 1200 anderen over geschreven, dus wat zou ik dan nog?

Iets over die doorwoekerende witter-dan-wit mentaliteit van het politiecorps misschien? Nouweuh, nee daar wil ik niks over zeggen hoor.

UITGESTORVEN Het was al een uur of zeven, toen ik nog voor boodschappen de stad in ging. Voor die tijd was ik druk geweest; niet in de gaten dat het in de middag onverwachts zonnig was geworden. Toch was de winkelstraat volkomen uitgestorven. Smaken de aardappels gewoon beter als je om half zeven aan tafel schuift, of was er iets anders aan de hand?

De vraag vloog mijn hoofd uit, voor ik een antwoord kon bedenken. Ik vond het wel lekker, zo'n stil, warm straatje al had ik dan geen idee, waar iedereen verstopt zat.

HELD Uit een flauwe bocht in de winkelstraat liep hij mij opeens tegemoet: de politieman!.... Niet die van de wietplantjes, maar een andere die ik nog nooit had gezien. Hij had een korte volle baard, die bijna zijn hele gezicht bedekte. Twee samengeknepen ogen spiedden boven al die zorgvuldig getrimde haartjes routineus langs de gevels. Rondom zijn middel bungelden allerlei politiedingen: handboeien, revolver, knuppel, gasgranaat en meer van die stoere spullen.

Zijn fluorescerende strepen weerkaatsten de zon die, pal in mijn rug, laag aan de hemel stond. Net als ik liep hij midden op de straat. Hij had een flink postuur en een stevige tred. Alles wees op topconditie! Iets zei me dat hij waarschijnlijk geen dienst meer had. "Dan zijn ze juist het gevaarlijkst" schoot het door me heen, want ik zag al teveel slechte politiefilms. Teveel Westerns ook trouwens en ineens zag ik het plaatje!

WESTERN De laagstaande zon, de lege straat, de held.....en ik! Het klopte allemaal en alle klokken stonden stil! Angstige burgers keken van achter hun gordijnen naar de straat; cafébazen brachten hun spiegels in veiligheid!

Ik keek hem aan; hij keek naar mij. Kon het niet helpen, maar ik moest lachen: "Duel in de Donkerstraat" zou een mooie kop zijn voor de krant morgen! Nog twintig meter, nee, natuurlijk zou er niet geschoten worden. Het was alleen de vraag wie van ons twee ruimte zou gaan maken voor de ander. Vijftien meter, tien, vijf en en nog steeds tekende mijn fantasie een brede glimlach op mijn gezicht.

Nog steeds hielden we elkaars ogen gevangen. Toen, op het allerlaatste moment gaf hij zich over en week snel naar rechts uit. Ik speelde mijn spelletje tot het einde uit en week geen millimeter van mijn looplijn.

Zonder te groeten passeerden we elkaar. Humor overwint….:altijd!

Bert Vermaas