• Archief BDUmedia

Burgemeester Ermelo in de fout rond skihut

ERMELO Burgemeester André Baars van de gemeente Ermelo had de aanvraag van een Ermelose ondernemer voor plaatsing van een skihut voor zijn bedrijf niet mogen weigeren. Tot deze conclusie komt de Raad van State in het beroep dat was aangespannen door de curator van het inmiddels failliete bedrijf.

Wijnand Kooijmans

Door de eigenaar van het bedrijf werd in 2014 een vergunning aangevraagd voor het plaatsen van een skihut in de periode van 8 december 2014 tot en met 1 maart 2015. Daarnaast werd door hem een verzoek ingediend om ontheffing van de sluitingstijden in de nachten van vrijdag op zaterdag en zaterdag op zondag.

Burgemeester Baars besloot de ontheffing voor het plaatsen van een skihut te weigeren. Volgens hem was door een buitengewoon opsporingsambtenaar (boa) meerder keren geconstateerd dat er alcohol werd geschonken aan minderjarigen. Ook betrok hij bij zijn oordeel dat, volgens de politie, er al meerdere incidenten bij het bedrijf hadden plaatsgevonden en de eigenaar zelf ook was veroordeeld voor mishandeling.

ROL Volgens Baars was de skihut bovenop een locatie geplaatst die niet tot het bedrijf behoorde. Ook zou, zo was hij van mening, er geen geldige drank- en horecavergunning meer van kracht. Tegen het besluit van de burgemeester werd door de betrokken eigenaar beroep ingesteld bij de rechtbank. Daar kreeg hij deels gelijk. Volgens de rechtbank heeft het bedrijf belang bij twee besluiten gezien de mogelijke eis voor het toekennen van een schadevergoeding als gevolg van de weigering van de vergunning.

De rechtbank oordeelde dat Baars de vergunning niet had kunnen weigeren omdat, volgens de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) dit alleen kan in verband met de bruikbaarheid van de weg. Ook had Baars niet de conclusie moeten trekken dat de drank- en horecavergunning was vervallen. Ten aanzien van de locatie oordeelde de rechtbank dat de panden daar ook de voorgaande jaren hadden gestaan. Bovendien was er de toezegging van een wethouder dat de eigenaar de exploitatie mocht starten in afwachting van de uitspraak over zijn aanvraag.

BEROEP Voor Baars was de uitspraak reden om in beroep te gaan. Onder meer vindt hij dat de curator onvoldoende heeft aangetoond dat de eigenaar financiële schade geleden. De Raad van State wijst dit echter af. Het hoogste rechtscollege vindt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het bedrijf meer bezoekers had kunnen trekken en langer open had kunnen zijn en dat daarmee voldoende is aangetoond dat er schade is geleden.

De Raad van State oordeelt wel dat de rechtbank ten onrechte door burgemeester Baars ingebrachte geheime stukken buiten beschouwing heeft gelaten. Deze hadden vooral betrekking op geconstateerde geluidsoverlast. Maar dit zou, zo oordeelt het rechtscollege, niet tot een andere uitspraak hebben geleid. Onder meer waren er ook incidenten bij andere bedrijven in de Stationsstraat en mocht uit de constateringen van de politie niet de conclusie worden getrokken dat specifiek bij één bedrijf sprake was van schending van de openbare orde en veiligheid.

WEIGEREN Dat maakt, zo oordeelt de Raad van State, dat burgemeester Baars ook de vergunning voor verruiming van de sluitingstijden niet had mogen weigeren. Het hoogste rechtscollege veroordeelt Baars ook tot betaling van in totaal 1.503 euro aan proceskosten en griffierechten.