• Tonja van Zoelen doneert al vijftien jaar haar bloed. ,,Het is zó nodig”, weet ze.

    Harry Schipper

'Doneren zit in je bloed'

HARDERWIJK Vaste prik: zowat iedere maand parkeren medewerkers van Stichting Sanquin Bloedvoorziening op maandagmorgen een enorme trailer op het parkeerterrein tussen Estrado en sportcomplex De Sypel. Als de zijwanden uiteen zijn geschoven is er een fikse binnenruimte gecreëerd, waarin vanaf half een tot acht uur 's avonds acht mensen tegelijk een halve liter bloed kunnen doneren.

Harry Schipper

Om half zes lijkt de ontvangstruimte in Estrado vrijwel uitgestorven. Vakantietijd? ,,Ja, maar het loopt toch goed door hier hoor", verzekert een medewerkster me. ,,Er zijn al 94 mensen geweest om bloed te doneren." Die komen uit Harderwijk, maar ook uit Ermelo, Putten en Zeewolde, waar de trailer niet komt. Wel in plaatsen als Nunspeet, Epe, Rijssen, Raalte en Zutphen. ,,In Harderwijk is de opkomst altijd hoger dan gemiddeld", meldt ze desgevraagd.

Zij en haar Sanquin-collega's werken ook in vakanties gewoon door. Er moet nu eenmaal voldoende bloed zijn. Dagelijks is nieuw bloed nodig, omdat bloed kort houdbaar is. ,,Als we een week geen bloed meer afnemen, zitten we zonder", lees ik op de website. Dat bloed wordt een paar keer per dag naar ziekenhuizen gebracht. Bij bloedspoed zelfs met zwaailicht en sirene.

Even een vragenformulier invullen en dan kan ik meteen doorlopen naar de trailer. Een arts controleert mijn bloeddruk ('perfect') en het ijzergehalte ('prachtig'): ik mag voor de veertigste keer achtereen bloed geven. 'Waarom ook niet', denk ik: 'ik kan zo immers iets héél persoonlijks doen voor iemand die mijn bloed goed kan gebruiken. Misschien red ik er wel echt iemand zijn of haar leven mee'.

Die gedachte vind ik belangrijker dan dat er bij Sanquin topbestuurders werken met salarissen van ruim twee ton. Degene die me daar eerder deze week op wees en om die reden zijn bloed niet wil doneren, geeft waarschijnlijk ook niet aan de Hartstichting of KWF Kankerbestrijding, omdat de top daar ook forse salarissen opstrijkt.

Zeven ligstoelen zijn bezet. Ik neem plaats op de achtste. Een 'prikzuster' controleert opnieuw mijn identiteit en desinfecteert mijn arm voordat ze er een naald in steekt. Ik mag in een rood balletje knijpen, terwijl mijn bloed gestaag door een doorzichtige slangetje in een zakje stroomt dat door een vernuftig apparaatje heen en weer schommelt en zo vroegtijdig stollen voorkomt.

,,Het is mijn eerste donatie", vertelt een jonge vrouw naast me. Tegenover mij ligt Tonja van Zoelen. De 55-jarige Harderwijkse geeft al vijftien jaar bloed. ,,Ik begon ermee toen mijn man ernstig ziek was en vaak moest worden geopereerd. Het enige wat ik toen kon doen was bloed geven. En hij had heel veel bloed nodig", vertelt ze. Ook na het overlijden van haar man bleef ze doneren. ,,Ik weet hoe belangrijk het is". Haar plaatsgenoot Thea (ook 55) vindt het ,,een mooi idee dat ik er andere mensen mee kan helpen". Na een minuut of zes is het zakje vol.

Een halve liter bloed, daar merk ik helemaal niets van, maar het maakt voor iemand anders misschien juist héél veel uit…